Samen in actie voor duurzaam varen

Op Boot Holland is de afgelopen dagen gesproken over hoe duurzaam wij varen. Dat gebeurde op initiatief van de Stifting Elektrysk en Fossylfrij Farre Fryslân (SEFFF). Hoe krijgen we de plezier- en beroepsvaart duurzamer?
Laat ik beginnen met de pleziervaart. In ons provinciaal Bestuursakkoord staat dat we met de SEFFF nagaan hoe we de Friese watersporter de komende periode kunnen helpen om verder te verduurzamen. Dat begint met meer voorlichting, maar daar mag het niet bij blijven. Het gaat bij duurzaam varen overigens niet alleen over ‘elektrisch’. Er wordt ook gekeken naar de mogelijkheden en voordelen van biodiesel en waterstof.
We beginnen niet op nul. Er is de afgelopen jaren al veel gebeurd. Zo hadden we subsidieregelingen voor de ombouw van recreatievaartuigen, zijn snellaadpalen geplaatst en hebben we proefvaardagen gehouden voor elektrisch aangedreven sloepen. Daarnaast heeft Fryslân drie Electric Only-routes aangelegd: prachtige routes die je alleen elektrisch kunt bevaren.
Niet alleen de overheid is aan zet. Bij de watersporter zelf is ook heel wat te winnen. Elektrisch varen heeft bij de gemiddelde vaarconsument nog geen onverdeeld positief imago, laat onderzoek van de RUG zien. Er zijn drempels, zoals de beperkte actieradius. Hoever kom ik met mijn sloep? Of over laadpalen. Waar kan ik ‘tanken’? Ook de kosten spelen een rol. Een mooie elektrische sloep is niet goedkoop.
Interessante uitkomst van dit onderzoek is wel dat een deel van deze vooroordelen wegvallen als men eenmaal zelf kennis heeft gemaakt met elektrisch varen en dat zelf ervaren heeft. Daar ligt een uitdaging: meer mensen laten ervaren hoe fijn, stil en betrouwbaar elektrisch varen is.
Voor de beroepsvaart, die provinciale en nationale grenzen overschrijdt, is vooral landelijk en Europees beleid nodig. Er zijn in Nederland fondsen (250 miljoen euro) voor steun aan werven om technieken te ontwikkelen die schepen schoner maken.
Binnenscheepvaart is per ton per kilometer schoner dan wegvervoer doordat binnenschepen nu eenmaal tot een factor 100 meer volume meenemen dan vrachtauto’s. Maar er is meer te halen.
De scheeps(diesel)motor kan beslist nog schoner. Dat gebeurt ook als een ondernemer een nieuw schip aanschaft. Daar zit dan dikwijls weer ‘diesel’ in, vaak in combinatie met elektrische aandrijving, maar wel volgens de laatste normen en technieken.
Als een schip (en de motor) nog jaren meekan, is het lastiger. Ver‘duur’zamen komt dan letterlijk neer op ‘duurder’ maken: investeren in een niet-afgeschreven motor leidt zomaar tot kapitaalvernietiging. Laten we in dat geval niet vergeten dat een lange levensduur van onderdelen ook een vorm van duurzaamheid is.
De vraag hoe duurzaam wij varen, verdient daarom een genuanceerd antwoord. Tegelijk staat vast dat er nog veel te winnen valt. Zowel in de plezier- als in de beroepsvaart.
Daar moeten we samen aan werken: de overheid, de ondernemers en natuurlijk ook de ‘bootjevaarder’ zelf.
AVINE FOKKENS-KELDER
Gedeputeerde Fryslân

 

Bron: Leeuwarder Courant 7 februari 2020